´Als ze voorbij komen gaan we roepen
van Sieg HeilHitler groet. of zingen
´Deutschland, Deutschland unter alles!
Maar niets daarvan, we gingen zelfs
nog wat achteruit, de schrik zat er
nog in.
Enkele Duitsers lachten overmoedig
naar ons (als een boer die kiespijn
heeft!) maar anderen daarentegen
persten de lippen opeen en zagen
met verbeten woede.
Wij hebben niets gezegd, zelfs het
lachen lieten we, de moed ont-
brak er voor. Immers 2 maanden ge-
leden waren zij de baas.
Voorop liepen enkele hogere Duitsers.
De 100 man werd bewaakt door 2
Canadezen, één voorop en één die
de ´optocht´ sloot.
Ze draaiden het genoemde hek
binnen. En in een van te voren
afgemaaid stuk land werden de
heren Moffen door de Canadezen
aan het werk gezet.
De riemen en jassen gingen uit en:
´an die Arbeit´(spitten!)
De Canadezen verspreiden zich en
houden een oogje in het zeil.
De Snekers vleien zich in het malse
gras op de Paviljoenweg.
Het vergezicht is nu dubbel
schoon!